Vroege  Keramiek

Jan de Rooden

 
Nederland was door de eeuwen heen een land van aardewerk. Ook ik startte met aardewerk.
Op de eerste tentoonstelling in 1959 stonden potten, schalen en geboetseerde vormen gestookt bij 1170° C
in een electrische oven. De klei uit een duitse groeve was witbakkend. De glazuren hadde n een hoge glans,
een wat donkere toon en een oosterse inslag.
Zowel Johnny als ik hielden van de Chinese zo geheten temmoku en hazenvel kommen.
Bij het zoeken naar scharkeringen en nuances in het glazuur lieten wij ons inspireren door de natuur.
Op wandelingen in Artis keken wij gefascineerd naar de vederdracht en vacht van dieren. Ik associeerde
deze met de glazuren die ik uit de oven zou willen zien komen.

ooo


"Potje" 1959, diam. 12 cm. (Privé collectie)

Het accent van de inspiratie verlegde zich, toen wij eind 1958 in het Rijksmuseum de tentoonstelling
zagen van de Westendorp Osieck collectie. Wij waren verrast om te zien, hoe prachtig klei zonder
glazuur in het vuur kon worden, heel krachtig en expressief.
Bij het verlaten van die tentoonstelling wisten wij, dat wij deze soort stenigheid en warmte in ons eigen
werk zouden willen brengen.
Wij begonnen de natuur nu als het ware met keramiekogen te bekijken. Aan de kust van Bretagne
werden de tonen en structuren van rotsen en zand in onze verbeelding de toon en de structuur van onze
toekomstige potten. Maar waar vonden we de sleutel om dit te bereiken?

Op dat moment was ik vergeten, hoe Jacques Lenoble mij al in 1956 in zijn atelier in Parijs een pot
aanreikte met de opmerking: "dit is echte keramiek, steengoed (du vrai grès) uit Vietnam". Ik had wellicht
naar hem terug kunnen gaan om van hem het geheim te leren, dat zijn vader Emile Lenoble, aangeraakt
door de kracht van de Vietnamese keramiek, had nagejaagd tot hij het vond.
Maar het werd Engeland.

In 1962 kreeg ik een British Council beurs. Een trimester lang kon ik aan de Farnham School of Art
in Surrey mij concentreren op steengoed. Ik kwam er aan met een hele lijst vragen over klei en glazuur,
over type ovens, over brandstof en stookprocédé's.
Toen ik de keramiek afdeling met de professionele uitrusting zag - de kleibereiding met slib-bedden buiten,
de glazuurafdeling met tonnen vol grondstoffen en al die verschillende ovens - wilde ik daar graag dag en
nacht mee aan de slag.
Dat dat ook vaak kon, dankte ik aan het overladen vergaderprogramma van de leraren. Het school
curriculum moest worden aangepast om op "Hoge School" niveau te worden gebracht.

De vakleraar Paul Barron had de gave om zaken helder uiteen te zetten en ze dan aan jou over te
laten tot zich nieuwe dilemma's aandienden. Ik kon mijn gang gaan met het stoken van allerlei materialen
en werk in de moffel-, de half moffel- en de open vlamoven .
Toen hij zag, dat mij dat goed lag, vertrouwde hij mij in de weekeinden het stoken van de grote vlamoven
vol werk van de studenten toe.
Van vier, vijf uur in de ochtend tot in de nacht kon ik die eigenzinnige oven proberen te mennen.
De branders aan weerszijden moesten om beurt aan, waarvoor om het uur een soort groot roer om moest.
Met het regelen van de directe en indirecte luchttoevoer kon het reductie proces worden gestart en gestuurd.
Al gaande werd mij het effect van elk van beiden duidelijk.
Ik had mij geen betere lot kunnen wensen dan deze stook verkenningen in het stille schoolgebouw.
Om de uren van waken te vullen, vermaakte ik mij met het boetseren van miniatuur wezens en dieren.

oo


"De vier heemskinderen", 1962 (Privé collectie)

   
De British Council ging erin mee, dat ik mijn beurs ook voor bezoeken aan Londense musea en galeries
besteedde en een tocht maakte langs pottenbakkerijen in het zuiden van Engeland.
In de Primavera Gallery van Henri Rothschild vond ik steengoed uit verschillende Londense ateliers.
Deze keramisten werkten met electrische ovens. Het lichtere palet van hun oxiderend gestookte klei
sprak mij aan evenals hun voorkeur voor een strak design. Maar op het moment was ik zelf nog in de ban
van het echte vuur van de vlamoven. Gereduceerde potten kwamen mij warmer voor en doorleefder
evenals hun glazuren, die aangenaam zacht en wat vettig aanvoelden.

Zulke potten kwamen uit de twee kameroven van Dinah en Richard Batterham in Durweston,
Dorset. Dinah en Richard hadden elkaar gevonden in de Leach Pottery in St. Ives en kort geleden hier
hun eigen werkplaats opgezet met het down to earth plan potten te maken en nog eens potten,
ongesigneerd maar authentiek.
Hun potten hadden iets lijfelijks, waren vitaal en met een aanstekelijk enthousiasme gemaakt.
Mijn ontmoeting met hun beiden heeft me buitengewoon geinspireerd.

In Warminster wachtte Katherine Pleydell-Bouverie voor het station op mijn aankomst.
Over de diepe holle wegen van groen Wiltshire reed zij in haar lage autootje naar Kilmington Manor.
Het prachtige, kleine manor in grijze steen en haar atelier in de voormalige kloosterbrouwerij verrasten me.
Midden in die lange, stenen hal stond haast verloren de grote oven, waarin zij met zware blokken hout
de prachtigste potten had gestookt. Zij nam me mee naar de kast, waarin zij haar meest geliefde stukken
bewaarde, kommen met groenblauwe en maansteen kleurige glazuren.
Beano, zoals vrienden haar noemden, gaf ze mij een voor een aan en benoemde onderwijl de glazuren.
Over de jaren had zij deze gemaakt met de as van vruchtbomen-snoeihout en de as van elk van de vele
boomsoorten op haar grond. Ieder appart leverde een andere kwaliteit en een eigen kleurnuance.
Toen zij mij naar de trein bracht om mijn tocht te vervolgen naar Devon en Cornwall, reisde ik in gedachten
al terug naar ons atelier gespannen over de ontdekkingen, die wij daar zouden doen.

Zodra ik weer thuis was pakte ik onze electrische ovens aan. Op bodemhoogte boorde ik gaten,
waarin tijdens het latere gedeelte van de stook gaspoken stads kolengas konden verbranden . Middels
een zwenkende kachelpijp voorzag ik beide ovens van een schoorsteen aansluiting met klepregelaar.
Met deze aanpassingen zouden wij reductief moeten kunnen stoken en aan het einde van de stook moeten
kunnen heroxideren om op de klei een warme gloed te creëren.

Johnny en ik begonnen proeven met glazuren, maar haast voordat wij het wisten produceerde de oven
groen en grijs celadon, maansteen kleurige en zacht blauwe glazuren en temmokus van een warm bruin
tot een rul zwart. Inderdaad hadden deze allemaal de typische reductie kwaliteit, zij voelden zacht
en fluweelachtig aan.
Onze grote atelier kachel stookten wij met sloophout en de as verzamelden en spoelden wij, waarna
er matte as-kleiglazuren van konden gemaakt naar recepten, die Beano in de jaren dertig van de
vorige eeuw ontwikkelde voor Bernard Leach.
Op de klei van onze stukken verscheen - waar ongeglazuurd - de zo gewenste warme toon en hij was
duidelijk versteend in het vuur.
Het avontuur van onze zoektocht naar een volwaardig, gereduceerd steengoed uit onze eigen electrische
oven eindigde hier.

Zoals mij vaker zou overkomen, wanneer ik mij iets had meester gemaakt, luwde mijn enthousiasme voor
de typisch oosterse glazuren, nu ik ze kon maken.
Bovendien zouden zij - bij het werk dat mij hierna voor de geest stond - niet echt passen.
Meer en meer werd klei een medium, waarin ik mijn gedachten en mijn gevoelens kon uitdrukken.
Maar het steengoed, dat wij hadden ontwikkeld, zou - ongereduceerd - mijn materiaal bij uitstek blijven.
 

  "Gebogen rechthoekig vaas" 1964, H.25.7cm. , B. 26.7 cm. , D. 12.3 cm.
Reductie electrische oven
Euro 1350.-

 
 

"Blank porceleinen kommetje" 1964, H. 5.2 cm. Diam. 9.8 cm. Gereduceerd in elektrische oven.
Euro 450.-

 
 
 

"Kom" 1964, Diam. 14.8 cm. Reductie in electrische oven.
(€ 600.-)

 
 

"Rechthoekige pot" 1964, H. x B. 20.9 x 20.9 Cm. D. 8.2 cm.
Euro 800. -

 
 

 

 Blok "Laagland" 1964, Br. 20.5 cm. Reductie in electrische oven. (Part. coll.)

Ik moest moed vergaren om een rechthoekige pot, die kon worden gebruikt,
te kantelen en als gesloten blok op een voet te zetten.
De beloning was een sculptuur.

 
 

"Compositie" 1965, Br. 26.5 cm. Reductie in electrische oven.
(Coll. Hetjens Museum, Düsseldorf, D.)

 
 

"Rechthoekige Pot" 1965, H. 24.5 cm. Reductie in electrische oven. (Part. coll.)

 
 

"Stêle 1965" 1965, H. 46 cm. Reductie in electrische oven.
(Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

Tentoongesteld: Stedelijk Museum, Amsterdam
"Nieuwe Vormen van Keramiek"
catalogusnr. 388. Nr. 107.

 
 

"Compositie in Zwart en Wit" 1967, H. 31 cm.
uit het thema "Zwart en Wit". (Part. coll.)

 

Mijn herinneringen aan Scandinavië zijn vaak verweven met momenten van vervreemding.
Vlak na onze aankomst in Denemarken - herfst 1957 - werd de eerste Spoetnik gelanceerd.
Op dat moment realiseerde ik mij, dat van nu af aan ogen ons vanuit de ruimte zouden volgen
en het leven op onze planeet nooit meer hetzelfde kon zijn.

In 1966 stuitte ik in Gustavsberg, Zweden, op het thema "Zwart en Wit".
De eerste aanzet ertoe gaven de science-fiction achtige impressies
bij een bezoek aan Bisshopsgarden, een nieuwe sateliet stad van Stockholm
met betonnen langerekte flats, die meebogen met de weg.
Van een eindelose reeks ramen, kil beschenen door de avondzon, ging er één open
en een zacht warmbloedig wezen boog naar buiten.

In de schouwburg van Stockholm beleefde ik bijna simultaan Harry Martison's opera
"Aniara"

als een hallucinerende ervaring in de ruimte.

 
 

"Compositie in Zwart en Wit" 1968, H. plm. 46 cm.;
uit het thema "Zwart en Wit".

 

De spanningen tussen zwart en blank in Amerika,
en opstanden als in Newark, New Jersey
gaven mij deze compisitie in.

  Uit de collectie van wijlen Prof. Dr. Hubert A. Arnold, UC Davis.
Hubert Arnold schonk zijn collectie aan het "Crocker Art Museum" in Sacramento, Californië.

 

"Compositie van Twee Vormen" 1968, diam. 29 cm.
(Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

 
 

"Hard en Zacht" 1970 / 1975, H. 41 cm. Start van het thema "Hard en Zacht"
Coll. Museum für Angewandte Kunst "MAK", Gera, Duitsland.

Dit stuk had oorspronkelijk hetzelfde stenige oppervlak en dezelfde scherpe hoeken
als het stuk "Hard en Zacht" hieronder.
Na zeven maanden Azië vond ik in 1975 deze verschijning te hard en afwerend.
Ik schuurde de hoeken rond, glazuurde het stuk royaal en stookte het nogmaals.
Nu in november 2007 wenste ik beide versies te hebben.

 
 

"Hard en Zacht" 1971, H. 48 cm. Uit het thema "Hard en Zacht"
Coll. Chunichi Shimbun, Japan.

Tentoongesteld: The 2nd Chunichi International Exhibition of Ceramic Arts
Oriental Nakamura, Nagoya, Japan - Catal. pag. 24 - .

 
 

"Hard en Zacht" 1971, H. plm. 25 cm. Uit het thema "Hard en Zacht". (Part. coll.)

 
 

"Zacht met Beker" 1971, H. plm. 40 cm. Uit het thema "Hard en Zacht". (Part. coll.)

 
 

"Soft box" 1971, H. 29.3 cm. Uit het thema "Hard en Zacht" (Part. coll.)

 
 

"Pressure" 1970, Br. 21.5 cm. uit het thema "Hard en zacht".
(Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

  De toenemende spanning en druk die ik in de maatschappij ervoer,
bewoog mij ertoe dit weer te geven in klei.

 
 

"Vierkantronde pot"1973, H. 29.5 cm. (Part. coll.)

  Het maken van potten als deze gaf optimaal voldoening.
Bovendien waren ze zo welkom, dat ik mijn minder gewilde thema's
ermee kon bekostigen.

 
 

foto Pieter Kooistra 1973

 
 

In mijn souterrain atelier Kloveniersburgwal 133 in Amsterdam maakte ik in 1973
in opdracht van architect Jelle Abma een serie zuilen.

foto Pieter Kooistra 1973

 

Pot "Phase III" 1973, H. 48.5 cm. uit het thema "Phase".
(Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

Het thema "Phase" tornt aan de zekerheid van de ogenschijnlijk vertrouwde toestand.

 
 

"Phase IX " 1973: H. 70.3 cm. B. 27.6 cm. D. 18cm.
Euro 2400.-

 
 

Compositie "Bol - Balk" 1974, Br. 45 cm. uit het thema:"Kwetsbare planeet".
(Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

 

In het begin van de jaren zeventig werd mijn gemoedsrust hardhandig verstoord, toen ook ik mij realiseerde,
hoe wij mensen met onze ontplooiings drang andere levensvormen op deze planeet dwarsbomen,
vitale functies op onze ene en enige planeet in de kiem smoren.
Ik werkte op dat moment aan het thema "Groei" en maakte bolvormen, waarbij iets als een kiem maar het oppervlak drong.
Dit verbeeldde de belofte van nieuw leven, maar ook de wet dat het volgroeide zijn gaafheid moet prijsgeven
voor het nakomende, waarvan het de aanzet van meet af aan in zich draagt.
Het thema "Groei" gaat ook terug op mijn kinder herinneringen aan boswandelingen
met hun spannende ontdekking van kastanjes glad en bruin van huid.
Ik koesterde die, poetste ze om ze daarna te vergeten.
Na de winter vond ik ze met schrik terug .
Glans en gaafheid verdwenen was nu hun schil rimpelig zwart.
Maar ergens stak daar doorheen een teer, wit steeltje naar buiten.

In plaats van natuurlijkerwijs van binnenuit open te breken als in "Groei",
bezwijken in het thema "Kwetsbare planeet" bolvormen onder brute krachten van buiten af.

 
 

Compositie "Bol - Kubus", 1974; H. 41.8 cm. uit het thema:
"Kwetsbare planeet"
(Part. coll.)

 
 

" Grote potcompositie" 1977, H. 60 cm.
(€ 3000.-)

 
 

"Vierkante schotel - Balts" 1977, H. 5.2 cm. B. x D. 30 x 30 cm.
Euro 800-

 
 

"Horizontale pot" 1976, Br. 41.5 cm. (Part. coll.)

 
 

"Kom" 1978, diam. 28 cm. (Coll. Gemeentemuseum, den Haag )

  Vrij naar Gertrude Stein: "Een kom is een kom is een kom..."

 
 

"Porceleinen kom" 1978. diam. 16.7 cm.
(€ 500.-)

 
 

"Omber schaal" 1979, H. 7.2 cm. Diam. 26.2 cm. Zoutgeglazuurd steengoed.
Euro 800.-

 
 
 

"Kom" 1978, Diam. 27 cm. Zoutgeglazuurd porcelein. (Part. coll.)

 
 

"Monument voor een eenzame kom" 1978, Br. 27.5 cm. uit het thema: "Monument voor een kom".
(€ 1400.-)

Een kom die geen aandacht krijgt, verstoft.
Zou een kom in een andere context geplaatst
verwaarlozing kunnen ontkomen?

 
 

"Monument voor een kom - on screen -", 1978. Br. 27.5 cm.; uit het thema: "Monument voor een kom"
(€ 1350.-)

 
 

"Monument voor een kom - bij bewolkte stad -", 1978. Br. 27.5 cm. ; uit het thema: "Monument voor een kom"
(€ 1350.-)

 
 

"Zoutglazuur pot" 1979, Diam. 22 cm.
(€ 900. -)

 
 

In de zomer van 1975 nodigde de Amerikaanse Haystack Mountain School of Arts, Deer Isle, Maine,
mij uit als gastdocent. Tot mijn plezier trof ik daar ook een zout-oven aan.
Zoutgeglazuurde keramiek fascineerde mij altijd al en nu kon ik het eigenlijke zout-proces zelf sturen.
Op mijn gevoel dirigeerde ik het - vaak nachtelijke - avontuur.
De resultaten waren zo opwindend, dat ik na thuiskomst in de zomer van 1976 een eigen zoutoven bouwde
in het Friese dorp Morra.

Toen er in herfst 1979 zout geglazuurde potten uit deze oven kwamen met een kwaliteit van zestiende eeuwse
baardman-kruiken, had ik aan de mijzelf gestelde taak voldaan.
De oven was zeker in staat mij te verleiden om meer potten te draaien, maar ik was toe aan een andere uitdaging.
De zout techniek, die zo prachtig werkt op ronde en gebogen vormen,
is helaas niet bijzonder geschikt voor hoekige en samengestelde vormen, mijn idioom bij uitstek.
En ik wilde feitelijk naar werk met een helder palet, meer afgestemd op het hollandse licht.

Om een aaneengesloten periode ongehinderd aan het uitwerken van mijn nieuwe ideeën te kunnen besteden,
besloot ik om een "Werkbeurs" aan te vragen.
Dat hoefde geen volledige beurs te zijn, een bedrag om mijn atelier gaande te houden kon volstaan.
Dat kon al met een derde van de gebruikelijke toelage. Mijn aanvraag werd drie jaar achtereen ingewilligd.
In die drie jaren probeerde ik met de eenvoudige middelen van structuur en kleur beweging binnen een kleiwand
te suggereren en een interactie te creëren tussen vormdelen.
Al gaande bood zich een reeks van thema's aan, waarin idool, dans, en paring een rol speelden, maar ook
gebeurtenissen als op en met elkaar botsende vorm-elementen.

Het afsluiting van deze subsidie termijn in 1983 kwam - tegen mijn verwachting in - als een verademing.
Rekenschap afleggen over geleverde prestaties en zeker anticiperen op toekomstige vond ik lastig.
Dat mengde zich in de spontane relatie met mijn werk.

Toch ben ik in die drie jaar een pad gegaan, dat ik zonder de toelage minder makkelijk zou zijn ingeslagen,
een pad dat ik bovendien nog verschillende jaren zou volgen.

 

" Compositie met zwart en blauw accent" 1980, H. 25.7 cm.
(€ 900.-)

 
 

"Dansend idool " 1980, Br. 28.5 cm. (Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

Het idool uit de Cycladen - een vruchtbaarheid brengend voorwerp -
heeft mij bekoord en geinspireerd vanaf het moment, dat ik het ontdekte.
Haar vorm lijkt op de potvorm en beide zijn dragend en omhullend.
Sinds 1960 voegde ik een ingekrast idool toe aan mijn signatuur.
Vanaf 1963 signeer ik mijn werk met een gestempeld idool .

 

 

 
 

"Compositie" 1980, Br. 28.7 cm.
(€ 1700.-)

 
 

"Reikend blauw" 1981, H. 33.5 cm. uit het thema: "Being".
(Coll. Grassimuseum, Leipzig, G)

 
 

"Blauw bereik" 1981, 44 cm. (Part. coll.)

 
 

"Bewegend zwart I" 1981, Br. 26 cm. (Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

 
 

"Beweging" 1981, H. 47.4 cm.
(€ 1450.-)

 
 

"Bewegend Zwart IV" 1981, Br. 43.2 cm.
(€ 1800.-)

 
 

"Bewegend Zwart IV" 1981, Br.43.2 cm.
(€ 1800.-)

 
 

"Inslag" 1981, H. 32.5 cm. (Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

 
 
 

"Gebeurtenis" 1981, Br. 39.5 cm. (Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

 
 

"Cyclus I" 1982, L. 47 cm. uit het thema: "Cyclus". (2 delen).
(Coll. Grassimuseum, Leipzig, D.)

 

In 1981 maakten Johnny en ik onze lange eerste reis door India.
Ik had er geen vermoeden van, hoe de architectuur van de
Hoysala tempels in Belur en Halebib mij zou raken
en welk een diepe ervaring het betreden van het tempelcomplex
in het Zuid Indiase Thanjavur zou zijn.
Het immense tempelplein wordt omgeven door een muur met talloze nissen.
Daarin staan "Yoni Lingam" composities,
hyper sensuele Hindoe sculpturen verbonden met vruchtsbaarheids rituelen
en voortplanting.
Teruggekeerd in mijn atelier inspireerde zij mij tot een thema,
dat ik "Cyclus" noemde.

 

"Cyclus VII" 1982, H. 56.6 cm., uit het thema: "Cyclus".
(2 delen) (€ 3000.-)

 
 

"Verleden toekomst" 1983, Br. 34 cm. uit het thema "Being".
(Coll. Grassimuseum, Leipzig, D.)

  ... en uit de schoot van de aarde ...

 
 

"Being" 1984, Br. 14 cm. uit het thema "Being".
(€ 400.-)

 
 

"Ontmoeting" 1984, H. 32.5 cm. uit het thema "Mind and matter".
(Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

 
 

"Inzicht" 1984, H.22 cm. uit het thema "Mind and matter"
(€ 900.-)

 
 

"Einde weg" 1984, L. 55 cm. (Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

    ... wegen komen - wegen gaan ...

 

 

"Impressie III" 1984, H. 36.5 cm. uit het thema "Impressie".
(Coll. Hetjens Museum, Düsseldorf, D.)

 
 

"Formatie IV" 1984, Br. 20.5 cm. uit het thema "Impressie".
(€ 975.-)

 
 

  "Formatie IV" 1984, keerzijde keramisch deel.

 

 

"Aarde III" 1985, L. 46.3 cm. uit het thema "Aarde".
(€ 1350.-)

  Als in een dagboek staan in het oppervlak van de aarde de krachten gegrift die het aangrepen,
er hun sporen in trokken.

 
 

"Aarde VII" 1985, L. 67.2 cm. uit het thema "Aarde".
(Coll. Gemeentemuseum, den Haag)

 
 

"Rechthoekige pot" 1979, H. 28.3 cm.
(€ 800.-)

 
 

"Idool abstractie" 1986, H. 28 .5 cm.
(€ 1300.-)

 
 

Gedecoreerde pot 1989, H. 30.5 cm. (Part. coll.)

Potten maken blijft een prachtige manier van met klei omgaan.
Een pot na de stook verwelkomen en zien dat hij - als het ware - leeft,
dat is iedere keer opnieuw een geschenk. 

 
 

"Idool compositie" 1990, Br. 29.7 cm. (Part. coll.)

  Dit is een bereisd stuk.
Het werd in 1992 getoond op de tentoonstelling in het Rijksmuseum Amsterdam:
"Imitatie/Inspiratie" "Japanse invloed op Nederlandse Kunst van 1650 tot heden"
In 1991 was het te zien in het Suntory Museum of Art in Tokyo op de tentoonstelling
"Imitation & Inspiration", "Japanese Influence on Dutch Art".
Het is afgebeeld in beide begeleidende catalogi.

 
 

"Symboolpot" 1993, Br. 40 cm. uit het thema "Symbolen".
(2 delen). (€ 1950.-)

Ontelbaar moeten de tekens, de voorwerpen en hun vormen zijn,
die de mens over de tijd tot symbool werden.
Vroege lettertekens en klassiek gereedschap zijn een favoriete bron van symbolen voor mij.

 
 

"Symbool" 1993, H. 67.3 cm. uit het thema "Symbolen".
(2 delen) (€ 2.750.-)

 

home