Jan de Rooden
Chronologie en Notities

     

Keramische opleiding


Beursen en stipendia


Deelname exposities

Exposities solo
en met Johnny Rolf


Lezingen Workshops


Gastdocentschappen

 

Pot "En route" 1991,
H 32 cm. Part. col.

 
 
home
 
31 aug.1931 Als tweede zoon geboren op de Groesbeeksedwarsweg in Nijmegen.

28 mrt.1936

Moeder sterft in drie dagen tijd aan difteritis. Zij verdwijnt uit mijn leven.

1937 Wij verhuizen naar het buurtschap de Heilig Landstichting gem. Groesbeek. Daar huwt vader opnieuw.
1937 - 1944 Ik ga naar de lagere school van de Heilig Landstichting met voorbereidend jaar voortgezet onderwijs.
Het heuvelachtige, beboste zandmorenen landschap vanaf ons huis en onze school tot aan
de Duitse grens wordt met het polder landschap van de Ooij een geweldig gebied om in op te groeien.
sept. 1944 Op 17 september landen de gliders, landen de "Bevrijders".
Door de oorlogshandelingen rondom is de school maanden voor en na onze bevrijding gesloten.
1945 - 52 Seminarist, eerst tijdelijk in het Passionistenklooster in bosrijk Mook, vanaf augustus 1945 in het polderland van Haastrecht ,
waar aan de slingerende dijk bij Hekendorp het Passionistenseminarie St.Gabriël staat.

Het waren de harmonieuze sfeer, de witte hoge ruimtes, de zware lange tafels uit onbewerkt hout in de refterzaal
van het klooster in Mook, dat de Passionist-neef van mijn stiefmoeder in zomer van1944 mij laat zien,
die een diepe indruk op mij maakten en mij voor die ruime, sobere omgeving deden kiezen.
1952 - 53         Zak voor het staatsexamen in 1952 in den Haag.
Word in september 1952 novice in het Passionistenklooster te Pey, maar vertrek daar na negen maanden.
Met dit bestaan, dat ik te afgesloten, te veilig en te verzorgd vind, kan ik mij toch niet verenigen.
1953 - 54 Studeer thuis in Nijmegen opnieuw voor 't staatsexamen gymnasium.
feb. 1954 -
aug. 1955
Breek dit studeren af, zodra ik verneem, dat ik voor militaire dienst zal worden opgeroepen.
Vertrek liftend naar Frankrijk om op adem te komen en mij vrij op een andere toekomst te oriënteren.
Toch opgeroepen voor militaire dienst, kom ik terecht in de kazerne in Maastricht om daar zelf te vertellen,
dat ik antimilitarist ben.
Schijfschieten graag, popschieten nee; bajonet vechten nee.
Mij wordt gevraagd of ik de onderofficieropleiding wil gaan volgen.
Antwoord: "als ik vrijelijk het antimilitarisme te berde kan brengen..."

Na drie maanden in Nederland sta ik eind februari weer in Parijs in mijn kamer bij rue le Pique.
Voor militaire dienst ben ik afgekeurd.                                                                                               
1955 Mijn verblijfsvergunning loopt af en ik ga in de zomer naar Nederland terug.
In het centrum van Amsterdam vind ik in de Kerkstraat een kamertje.
Daar beluit ik in september om pottenbakker te worden
 

Opleiding

 

1955 tot 1963.

Herfst 1955 besloot ik van de ene dag op de andere om pottenbakker te worden.
Om mij in dat ambacht te bekwamen belde ik aan bij Lucie Q. Bakker de enige pottenbakkerij in Amsterdam, zo was mij door klanten van
De Groene Kalebas verteld, waar nog geheel met de hand gewerkt werd.

Lucie bleek te wachten op de komst van haar om den brode bestelde kaliberschijf. Mij nam ze aan om daarmee te gaan werken.
In plaats van met klei op een pottenbakkers schopschijf begon ik met het draaien van gip aan een kaliberschijf.
Op aanwijzingen van Lucie maakte ik haar modellen in gips tot moedervormen. Daaruit kwamen vervolgens de gipsvormen.
Dagelijks draaide ik hierin haar producten in klei.

Toen Lucie mij een half jaar later ook het glazuren en het stoken van de ovens kon toevertrouwen, stelde zij me voor haar medewerker te worden. Ik stemde daarin toe, maar begreep tegelijkertijd, dat nu het moment gekomen was om mijn eigen weg te gaan.
Haar pottenbakkerij was immers uitgegroeid tot een semiautomatisch atelier met een stabiele productie van artistieke kwaliteit.
Daarmee kon Lucie haar toekomst met vertrouwen tegemoet zien.
Nu wilde ik gaan werken aan de mijne en aan mijn ideaal kunst te maken in klei.
Lucie vond dat maar zorgelijk, omdat er voor keramiek kunst naar haar ervaring geen plaats was.

Toen ik haar atelier herfst 1957 vaarwel zegde was er veel gebeurd.
In de herfst van 1956 kruiste Johnny Rolf mijn pad.
Bij echte kennismaking besloten wij om over een jaar samen een atelier te beginnen, wat gebeurde.

Nog in 1957 startten Johnny Rolf en ik in het kleine souterrain van haar moeders woning op de Weteringschans in Amsterdam.
In feite had ik was mijn voorsprong op Johnny niet groot en zo begonnen wij in feite ieder als autodidact.
Voor de kost hadden we - Johnny tot in 1963 - bijbanen. Op die wijze bleef klei en wat wij daaruit wilden maken onbelast en privé vond Johnny.
Zo konden wij naar eigen inzicht vrij oefenen, studeren en experimenteren.
Naar buiten treden met onze keramiek deden wij in 1959, toen wij meenden, dat ons werk daar rijp voor was.

Terstond na ons huwelijk - dit laatste vooral tot geruststelling van haar lieve moeder - begon eerst een lifttocht naar Kopenhagen en naar het keramisch
druk bevolkte Bornholm. Denemarken nam op gebied van ambacht en design een inspirerende plaats in.

 

Hospitant in 1956

In 1956 kreeg ik de gelegenheid een ochtend in de week te hospiteren bij de cursus glazuurgrondstoffen en glazuurberekening,
die Dr. Theo Dobbelman gaf aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam.
In zijn doorwrochte lessen beklemtoonde Dobbelman, nadat hij eerst al de materialen had benoemd en ons de sleutel
tot ieders gedrag had aangereikt en de invloed op elkaar uiteengezet, het belang om uitgebreid reeksen proeven methodisch op te zetten.
Daarmee verzekerde je jezelf van een helder inzicht in de werking van de gebezigde materialen.

Als keramisch kunstenaar had Theo Dobbelman zijn eigen atelier en hij legde graag aan zijn studenten uit, hoe te werk te gaan bij het opzetten
van een eigen werkplaats.
Zaak was het atelier bij aanvang een fantasie naam te geven. Daarmee bleef je vrij, en vermeed je de verplichte bedrijfsaansluiting bij een Kamer van
Koophandel met zijn bijkomende besognes en forse contributies, terwijl je het eerste eigen werk nog moest maken.

Voor het inrichten van ons atelier en de aanschaf van grondstoffen bleek de kennis die hij zijn leerlingen verschafte een pracht basis. Tot ver in mijn carrière greep ik terug op de met de hand geschreven cahier, dat hij zijn leerlingen meegaf.

 

Studieboeken.

Zes boeken waren essentiëël voor onze ambachtelijke vorming.
In volgorde van studie:

1957
- "Glazuren" door F. Wesselink

1957/58 - "Einfaches Chemisches Praktikum" von Prof. Dr. Eduard Berdel; V. und VI. Teil.

1960 - "A Potter's Book" by Bernard Leach

1962 - "Clay and Glazes for the Potter" by Daniel Rhodes

1976 - "Kilns" by Daniel Rhodes

1978 - "Saltglaze" by Peter Starkey

 
top
 
Stipendia en beurzen
   
1960 De Renteloze lening, die Paula Augustin, conservatrice Kunstnijverheid van het Stedelijk Museum, ons tot onze verrassing
aanbood, was geen beurs of stipendium in de eigenlijke zin van het woord, maar wel een aanmoedigend blijk van vertrouwen.
Daarmee konden wij het atelier van de kort te voren overleden kunstenaar Bert Nienhuis overnemen en ons souterrain-alkoof
ateliertje op de Weteringschans inruilen voor de hoge lichte ruimten aan de Kloveniersburgwal.
   
1962 Reisbeurs Ministerie van Cultuur .

Deze beurs bracht ons naar Denemarken, Zweden en Finland, waar kunstambacht en design toen toonaangevend waren. Door liftend te reizen konden Johnny Rolf en ik deze toen buitengewoon kostbare landen samen met die ene beurs bereizen.

Enige jaren achtereen had ik bij het ministerie van cultuur er voor gepleit om ook pottenbakkers en keramisten op te nemen in het
reis- en studiebeurzen programma. Dit was de uitkomst.
   
1962 British Council Bursary.

Drie maanden lang kon ik aan de Engelse Farnham School of Art ervaring opdoen in werken met steengoed kleimassa's en met het stoken van meerdere types vlamovens, wat in Nederland toen naar mijn weten nog niet gangbaar was.
Mijn idee na aankomst, om deze beurs ook te gebruiken om iedere week enkele dagen in Londen te zijn en daar galeries, musea en ateliers
te bezoeken en om tevens een tocht langs pottenbakkers in Zuid Engeland te maken, vond terstond instemming.

Deze intense Engeland periode is in mijn ogen het sluitstuk geworden van mijn vorming.
Het was geweldig om collega's te ontmoeten als Dinah en Richard Batterham. Van Richards bijna lijvelijke manier van potten draaien
genoot ik, net als van zijn atelier opzet.
De houtgestookte maansteen blauwe glazuren van Katharine Pleydell-Bouverie stimuleerden mij om zo'n kwaliteit te bereiken.
Beno, zo heette zij voor vrienden, was bovendien de vrouw naar ons hart. Ons want Johnny en ik bezochten haar later vaak samen en zij beiden waren dol op elkaar vanaf het eerste moment.

Iedereen noemen, die ik in die maanden met kon ontmoeten, word teveel. Maar mijn eerste ontmoeting met Bernard Leach
in St. Ives moet vermeld.
Ik vond het een eer, dat hij alle tijd voor mij nam. Toen ik zijn aterlier boven de pottenbakkerij binnen kwam, was hij aan het werk op zijn "treadle wheel" - zijn draaischijf met krukas - en bezig, zo vertrouwde hij me toe, voor een tentoonstelling in Venuzuela.
"Kijk" zei hij, een stukje van de porceleinen kom waarin hij canalures maakte omhoog houdend ,"dat is het mooie van porcelein, een drup
water en het zit er weer aan". Daarna praatten wij.
Omdat hij graag iets van mijn werk wilde zien, haalde ik beneden de catalogus van onze Boijmans tentoonstelling. In een minuut
was ik terug, maar hij had al weer een volgend stuk onder handen. Wijzend op een vitrine zei hij: "Dat zijn raku kommen, Japanse chawans
uit de16de eeuw. Toen waren zij goed. Neem ze in je handen".
Bernard had er zichtbaar plezier in, hoe ik ze opnam, terwijl ik er plezier in had, dat hij mij dit liet doen.

Elk bezoek aan de Primavera Gallery van Henry Rothschild was een speciale ervaring. In zijn actieve galerie aan Sloane Street zag ik
in korte tijd tentoonstellingen van meerdere Engelse collega's.
Op de opening van de tentoonstelling van Ruth Duckworth kon ik met haar zelf kennis maken.
Enkele weken later stonden in Primavera de cylindrische potten van Robin Welch, die me aanspraken om hun strakke lijnvoering. Van elk koos ik een stuk voor de collectie van vriend Jacob van Achterbergh. Zij zouden bij hem in de smaak vallen.
Henry had werk geregeld ook in stock van andere interessante keramisten, van wie ik werk koos.

In de aangeschafte extra grote koffers, die ik bij terugkomst in Hoek van Holland vanaf de kade bezorgd in de takels volgde, zat ook werk
van Ian Auld, Graham Burr, Gwynn Hansen en Bernhard Leach.
Alleen het oor van een kan van Paul Barron bleek tijdens de stormachtige overtocht bezweken te zijn.
   
1964 "Contour Prijs" van de Porceleyne Fles te Delft, samen met Johnny Rolf.
   
1966/
'67
Studio Gast van  Gustavsberg Fabriker AB, Zweden

Dit vruchtbare verblijf dankten wij aan Johnny's initiatief. Nadat haar op het Concorso Internationale della Ceramica d'Arte in Faenza een prijs was toegekend, schreef zij Gustavsberg's Art Director, Stig Lindberg, met deze uitnodiging als resultaat.
Toen wij met hem persoonlijk kennis maakten, vertelde Stig, hoe hij zijn zuidelijke mede juryleden in Faenza bij de inzending van
Johnny Rolf ervan had overtuigd, dat zij voor één maal zijn noordelijke voorkeur zouden moeten volgen.

Reisbeurs Svenska Institutet, Stockholm

Een week lang reizen Johnny Rolf en ik langs de glas en keramiek ateliers in Småland.
Na thuiskomst vertelde ik aan de conservatoren van het Stedelijk Museum in Amsterdam wat voor boeiend glaswerk en vernieuwende keramiek wij in Zweden ontdekt hadden en van welke kunstenaars in het bijzonder.
Dit legde de basis voor de tentoonstelling: "Twaalf Zweden", Keramiek en Glas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 1968 en Museum De Zonnehof, Amersfoort, 1969.

   
  Doel van Reisbeursen
  In de periode 1967 - 1973 zegde het toenmalige Ministerie van OKW ons meermaals een reisbeurs toe voor de activiteiten die wij planden.
Deze toegezegde beurzen dienden de benaderde Art Departements van Universiteiten en aanverwante Instellingen tot garantie, dat zij met bekwame en in eigen land gewaardeerde kunstenaars afspraken voor lezingen en workshop maakten.
   
1968 Reisbeurs van het Ministerie van Cultuur.

Bijdrage aan een werkverblijf in de Verenigde Staten in 1969.

Al meerdere jaren kregen wij op ons Kloveniersburgwal atelier bezoek van Amerikanen, die in musea of elders ons adres hadden gekregen.
Heel vaak vertrokken zij met als serieuse afscheidswens: "jullie moeten naar de States komen om les te geven". Daarna bleef het dan stil,
eigenlijk zoals te verwachten.
In de zomer van 1967 waren Prof. Glenn C. Nelson en zijn echtgenote Edith weer bij ons. Twee jaar tevoren hadden zij voor het eerst
aangebeld en het was toen vriendschap op het eerste gezicht. Ook zij waren ervan overtuigd, dat wij onze ideeën en ambachtskennis met
Amerikaanse studenten moesten delen. Maar nu vond Glenn, dat hij de daad bij het woord moest voegen.

Als auteur van het studieboek: "Ceramics, a Potter's Handbook", kende Glenn over heel de U.S. leraren en professoren aan universiteiten
en academies. Hij stelde ons aan hen voor en peilde hun interesse en mogelijkheden, waren die positief dan gaf hij dit aan ons door.
Met die mensen maakten wij contact en werkten een programma uit. Al doende kreeg in de loop van 1968 het idee van een lezingen en
workshop tour vastere vorm. Op basis daarvan dienden wij bij de Nederlandse regering een aanvraag in voor een beurs in 1969, die onze
twee retour vluchten Amsterdam - New York kon dekken.
In die tijd waren de lijnen naar betrokken instanties op Ministeries kort. Per telefoon kon je de verantwoordelijke persoon spreken en
het belang van een officiële reisbeurs voor het slagen van een plan uiteen zetten. Dit leidde in deze tot een positieve ad hoc beslissing.
In Amerika legde die blijk van erkenning door de Nederlandse regering zijn gewicht in de schaal.
Publicaties over ons en ons werk waren nog schaars en deze "Grant" verschafte het hoofd van een Ceramic Department soms het beslissende
argument om een budget voor een werkbezoek van ons te laten reserveren. Vooral wanneer wij geheel op eigen initiatief contact maakten met
een keramiek opleiding, kwam dit voor.

Toen wij in februari 1969 in New York landden, hadden wij afspraken tot in november over heel de United States en begon het avontuur,
waar wij zolang naar toe gewerkt hadden.
Behalve de wens om onze keramische ervaring en de filosofie achter ons werk met studenten te delen, wilden wij zelf graag Amerika als
continent beleven. In Nederland leed de sympathie voor de Verenigde Staten hevig onder de Vietnam oorlog. Op ons atelier kwamen
tegelijkertijd veel bezoekers uit Amerika met wie wij terstond een band hadden. Doordat ons huis aan hetzelfde trottoir lag als de jeugdherberg,
troffen wij regelmatig studenten uit de States. Hun openheid en geestdrift werkten vaak aanstekelijk.
Op een andere pagina hoop ik in te gaan op de ervaringen met Amerika, waarbij geestdrift, openheid en gastvrijheid sleutelwoorden zullen zijn.
   
1973
en
1974
Reisbeurs Ministerie van Cultuur.

Bijdrage aan een studie- en werkverblijf in Azië in 1974.

Al jaren zagen wij uit naar het moment, dat wij het Verre Oosten en Zuid Oost Azië zouden kunnen bereizen.
In de zomer van 1970 ontvingen wij uit Amerika een brief van Eddy Kartasubarna, een Indonesische collega die in de States over ons
had gehoord. Op zijn terugreis naar Bandung, waar hij aan het hoofd stond van de Seni Rupa kunst academie van de "ITB", de Hoge School Bandung, zou hij ons graag ontmoeten.
De kennismaking met hem was heel geanimeerd. Wij hadden veel verhalen uit te wisselen. Ons werk sprak hem aan en ook onze aanvangs geschiedenis. Dat wij uit idealisme, haast zonder middelen, op eigen kracht als autodidact waren begonnen en nu op dit punt waren aangeland,
dat fascineerde hem. Het zou zijn studenten, die meest ook met nauwelijks iets moesten beginnen, aanspreken.
Al gaande kwam de gedachte aan een gastdocentschap aan de Seni Rupa op, een idee waarvoor wij alle drie warm liepen. Bij zijn vertrek
spraken wij af, dat ieder van zijn kant daaraan zou gaan werken.

Begin 1973 kwamen ook Korea en Japan in beeld. Vrienden uit Amerika en uit Nederland reisden daar rond of waren er aan het werk.
De levendige beschrijvingen van hun ontmoetingen en ervaringen tezamen met hun suggesties voedden onze plannen.

In de zomer verscheen Norimichi Aiba in ons atelier. Hij reisde voor de Chunichi Shimbun, een kranten en televisie maatschappij,
door Europa om van bepaalde keramisten werk aan te kopen voor de "The 2nd Chunici International Exhibition of Ceramic Arts"
een keramiek tentoonstelling, die in april 1974 in Nagoya gehouden zou worden.
Wij raakten terstond bevriend met deze spontane, open jonge man, die in de toekomst vaker bij ons zou logeren.
Het was Norimichi's eerste zelfstandige opdracht in het buitenland en wij konden hem van dienst zijn door contact te maken met collega's
in Nederland en in Duitsland.
Eerder was Norimichi gastheer en gids geweest voor officiële bezoekers aan zijn firma. Hij vond het prachtig om zich nu samen met ons over
de kaart van Japan te buigen en ons te adviseren over bijzondere plaatsen en belangrijke oude keramiek centra.
Toen wij afscheid namen van elkaar, lag er een aantrekkelijk reisplan door het Japanse eilanden rijk op tafel, compleet met tijdschema.
Norimichi beloofde, dat eenmaal thuis gekomen, hij de mogelijkheden voor het geven van workshop en lezingen zou nagaan.

Onze plannen voor een reis door Azië hadden nu opeens vastere vorm.
Voor een gastdocentschap aan de ITB in Bandung werden we definitief verwacht in de zomer van 1974.
Wij hadden zelfs een datum voor vertrek in gedachte. Begin april 1974, direct na de opening van onze tentoonstelling in het Boijmans museum,
leek ons het aangewezen moment.
Op grond van alle vooruitzichten kende het Nederlandse Ministerie van Cultuur ons beide nu definitief een reisbeurs toe, die het traject per
Trans Siberië Express naar Yokohama zou dekken.
De vroege toekenning van deze officiële Nederlandse regerings beurs versoepelde in eerste instantie het contact maken met de Japanse
Ambassade in den Haag en later ook het maken van afspraken voor lezingen aan Japanse en Koreaanse universiteiten en academies. .
   
1973
en 1974
Japan   

Kokusai Koryu Kikin  (Japan Foundation)

Om ook de Ambassade van Japan van ons aanstaande bezoek aan hun land op de hoogte te brengen, zocht ik in de late herfst per telefoon
contact. Doorverbonden met de eerste secretaris de heer Yutaka Kondo, die tevens hoofd van de "Hospitality and Conference Service"
in Tokio bleek te zijn, volgde er een levendig gesprek. Ik besloot met een voorzichtige opmerking, dat wij de Ambassadeur en hem graag
in ons atelier zouden ontvangen. Die suggestie zou hij de Ambassadeur voorleggen.
Het resulterende bezoek van Ambassadeur Ryoso Sunobe en de heer Yutaka Kondo was bijzonder ontspannen. Onze keramiek sprak hen buitengewoon aan en het vroege gereduceerde werk met glazuren in groen en blauw celadon ontlokte bij hen kreten van bewondering.
Toen wij afscheid namen, nadat zij eerst ons tot hùn gasten hadden gemaakt en ons hadden onthaald op een lunch in het kort daarvoor
geopende Okura Hotel , zei de Ambassadeur, dat hij hier voor ons niet veel kon doen, maar dat wij in Japan waar mogelijk op assistentie
konden rekenen van Japan Foundation.

Wat dit inhield werd duidelijk, zodra wij in de haven van Yokohama over de reling keken. Twee heren hielden daar een plakaat omhoog
met de tekst: "Welcome Mr. and Mrs. Jan de Rooden". Op ons zwaaien werd dit fluks opgerold. Aan boord hadden wij zorgelijke berichten
gehoord over een treinstaking, maar eenmaal op de kade leidden de heren van de Hospitality Service ons maar een wachtende limousine,
die ons rechtstreeks naar onze Ryokan in Tokio reed..
De volgende ochtend opgehaald en naar het hoofdkantoor van Japan Foundation in Tokyo gereden, nam directeur Hiroshi Murata
ons onmiddelijk mee voor een bezoek aan de Idemitsu Gallery. Pas jaren later daagde het ons, dat het bezoek aan dat museum met zijn
prachtige Japanse kunst, een beoordeling van onze kwaliteiten was geweest en wij geslaagd waren.Wij werden namelijk meteen daarna door
directeur Murata voorgesteld aan de heer Sakato, als "uw gastheer in Japan".
Van achter zijn bureau zou deze enthousiaste jonge man ons Japan verblijf begeleiden. Wij hielden nauw contact met hem tot aan ons vertrek
twee en een halve maand later van Shimonoseki naar Korea. Aan de hand van ons programma en reisschema voorzag de heer Sakato ons
van de benodigde kaartjes voor trein, bus of taxi. In de plaats van aankomst boekte hij voor ons een hotel, ryokan of jeugdherberg, waarin
wij dan voor eigen rekening verbleven.
Heel essentieel waren de tolken die mr. Sakato voor ons regelde. Zij vertaalden de lezingen, die ik gaf onder meer voor de leerlingen van
Prof. Kasuo Yagi
op het Kyoto College of Fine Arts. Zij vergezelden ons ook bij de belangrijkere bezoeken, zoals aan Shoji Hamada
en zijn echtgenote in Mashiko, aan Kiyomizu Rokubei, de 6e generatie meesterpottenbakker in Kyoto en aan het eeuwenoude keramiek
centrum Shigaraki, waar de bejaarde meester Naokato Ueda en zijn zoon hun Noborigama ovens hadden.
   
  Korea

Vanuit Amsterdam hadden wij voor ons vertrek geen contacten kunnen leggen in Korea.
Daarom was de brief van de Nederlandse Ambassade in Seoul, die ons onderweg in Japan bereikte, bijzonder welkom.

Mr. W.Ch.E.A. de Vries, Chef de Post van de Nederlandse Ambassade in Korea was door mevrouw A. M. Kalmeijer,
onze contact persoon op Internationale Betrekkingen van BZ in den Haag, van ons bezoek op de hoogte gebracht.
Hij wilde graag weten, wat de ambassade voor ons kon doen, en hij en zijn echtgenote zouden ons graag ontvangen,
zodra wij arriveerden.

De heer en mevrouw de Vries – van der Hoeven, Wil en Leentje, gaven ons een verrassend warm onthaal.
Wij vielen in elkaar en de logeerkamer in hun gastvrije ambassadewoning zou een maand lang onze thuisbasis worden.
Onze gastheer en gastvrouw bleken al initiatieven te hebben ontwikkeld, om ons met kunstenaars en studenten in contact te brengen.

Mr. De Vries, nog maar kort tevoren benoemd als hoofd van de ambassade in Korea, was zo vriendelijk geweest om bij zijn
kennismakings bezoek aan de president van de Hongik University, Dr. Lee Hang-nyong onze interesse in het geven van
gastcolleges te noemen. Die boodschap viel in goede aarde.

Kort na aankomst bezochten wij de Hongik Universiteit in gezelschap van mevrouw Leentje de Vries. Haar beheersing van het Chinees
kwam zeer te pas, wanneer contact in het Engels wat schortte. Prof. Lee Dai-won, Dean van het College of Art en gerenommeerd
kunstschilder, sprak zijn bewondering daar over uit tijdens zijn rondleiding.
Het College bruisde van energie - twee duizend studenten -  en in de ateliers hing een inspirerende athmosfeer.
Het leek de Dean een prachtig idee, wanneer het studiejaar zou worden afgesloten met lezingen over ons werk.

Zo stonden wij een week later voor honderden studenten in een bomvol auditorium en beleefden een intens plezierige dag.
Deze werd besloten met thee met de studenten keramiek in een kring om ons heen. Professor Lee Dai-won spoorde hen aan
hun verlegenheid te laten varen en vragen te stellen. Dat leidde tot spontane, onverwachte reacties, die ons lieten zien,
hoe intens zij ons werk hadden opgenomen.

In de tussentijd hadden wij Prof. Ron  duBois opgezocht in Taegue. In 1969 ontmoetten wij hem in Stillwater, Oklahoma,
waar wij op zijn uitnodiging een workshop gaven voor zijn studenten aan de Oklahoma State University.
In het kader van een Fullbright Programma leidde hij de keramiek afdeling aan de Keimyung University en zette hij aan de
Yeungnam
University een keramiek afdeling op.
Wij hadden veel uit te wisselen en te bespreken en besloten daarom samen de Haein-sa Tempel in Janggyeong Panjeon te gaan bezoeken.
Tijdens de bustocht erheen in de stromende moesson regens passeerden we Onggi ¹) pottenbakkerijen, waar van oudsher de Kimchi ²)
potten werden gemaakt.
Ron zou een film ³) over deze traditie maken, waarvoor wij na terugkeer in Amsterdam tekst bijdroegen.

Bij haar kennismakingsbezoek aan Dr. Okgill Kim, presidente van de Ehwa Womans University in Seoul met een al even belangrijk
College of Art, had mevrouw de Vries op haar beurt ons komende bezoek naar voren gebracht en onze interesse in het geven
van lezingen over ons werk en over de Europese keramiek.
Maar het zomerreces was op deze universiteit met zijn grote aantal kunststudenten reeds begonnen.
Wel wilde de presidente graag persoonlijk met ons kennis maken en ons laten rondleiden door het Art College.
Wij zouden dan ook films kunnen zien over de dans en muziek opleidingen.
Bij ons bezoek later in de maand viel het ons op, hoe onbevangen en vrij er gewerkt werd in niet autochtone technieken als ets en litho,
terwijl bv. de schilder en textiel afdelingen een traditionelere lijn volgden.
Opvallend was de royale, uitstekend geoutilleerde keramiek afdeling. Een productie van Koryo celadon-inlay 4) draaide hier op volle toeren
en een fors aantal studentes vond hier een vakantie baan.

Hèt hoogtepunt van ons Korea verblijf werd ons bezoek aan de Onggi pottenbakkerijen in Icheon.
Onderweg erheen met zoon Willem de Vries vroegen wij de chauffeur enkele malen om te stoppen bij Koryo celadon-inlay bedrijven.
De decoratieve producten vonden wij niet zo boeiend.
Toen wij de echte Onggi erven ontwaarden, wisten wij niet wat wij zagen: velden met potten van kniehoog tot manshoog stonden gestapeld
rondom ovens van veertig meter lengte en meer, breed genoeg voor paard en wagen en gebouwd tegen een daarvoor opgeworpen heuvel
soms een aan weerzijde ervan. Hier maakten families generaties lang de traditionele Kimchi potten.

Enkele dagen later zouden wij weer terug zijn om die wereld van traditie nogmaals in ons op te nemen en te fotograveren.
Met ongeëvenaarde vaardigheid zagen wij de pottenbakkers op in de grond verzonken draaischijven potten opbouwen uit van te voren
bereide rollen klei een meter lang. In geconcentreerde rust ritmisch kloppend en draaiend voltooiden zij de een na de andere reuze pot,
die dan met een collega op een doek werd getild om hem zo naar elders te dragen om te drogen.
Hier begrepen wij ook, dat iedere streek zijn eigen vorm had voor deze gebruiks waar.

Als afscheid van Korea gaven wij een dialezing van ons werk op de ambassade zelf.
Onder de belangstellenden was naast Ron duBois ook  Prof. Choud Za-Kim van de Seoul National University.
Deze was bijzonder enthousiast.
Graag had hij ons geboekt voor een workshop met zijn studenten, maar voordat zij weer terug waren van vakantie, zouden wij via Taiwan,
Thailand en Maleisië op weg zijn naar ons gastdocentschap in Indonesië.

Wat kwam het afscheid van onze gastheer en gastvrouw snel.
Wij waren gesteld geraakt op elkaar en veel ideëen, onderwerpen en gedachten hadden wij gedeeld.
Daarnaast hadden zij niets nagelaten om ons bezoek inhoud te geven en alle moeite genomen om visa en vluchten voor onze volgende
bestemmingen te helpen regelen.
Maar wij vertrokken met de prettige gedachte, dat wij elkaar thuis in Amsterdam zouden weerzien.


¹) Onggi pottenbakkerijen zijn werkplaatsen waar generaties lang families gebruikswaar, vooral inmaakpotten, maken.
  
²) Kimchi,  met pepers en andere kruiden ingemaakte kool, het standaard voedsel gedurende de lange, strenge Koreaanse winters.

³) “The Working Processes of the Korean Folk Potter”

4) In verdiept reliëf worden decoraties in Koryo stijl op potten uit donkerkleurige klei met witte klei ingevuld, waarna de stukken in
hun geheel worden geglazuurd.
   
1980
1981
1982
Werkbeurs Ministerie van Cultuur.

Na enkele jaren ambachtelijk te zijn bezig geweest met het bouwen van gasovens, met de techniek van het stoken met zout en met het ontwikkelen van klassiek oosterse reductie glazuren uit o.a. lokale materialen, wilde mijn creatieve kant meer aan bod komen.
Om mijn handen vrij te hebben, vroeg ik een bescheiden beurs aan. Ik formuleerde: "dat ik wilde zoeken naar sculpturale vormen met een helder palet, naar keramisch werk waarin het noordelijke, nederlandse karakter meespeelde."
Drie achtereenvolgende jaren werd deze aanvraag gehonoreerd. Maar daarna was ik blij om weer te kunnen terugkeren "tot de orde van de dag".
Hiermee bedoel ik, dat het mij vastleggen op een concept en het mij verantwoorden voor wat er in mijn atelier gebeurde, mij eigenlijk niet lag.
   
1984
en
1985
Studie beurs leembouw Egypte

In het najaar van 1984 en in dat van 1985 maakten Johnny Rolf en ik een leembouw-studiereis naar Egypte.
Dit land herbergt eeuwenoude ervaring met leembouw.
Wij wisten, dat de Nubische dorpen aan de overzijde van de Nijl bij Aswan, in"Garb Aswan", geheel uit leemsteen waren opgetrokken.
Deze werden het hoofddoel van onze twee studiereizen, waarvoor het Bureau Bilaterale Betrekkingen van het Ministerie van Cultuur
de middelen verschafte.
In 1983 had keramist en architect Ray Meeker mij gevraagd om hem in Pondicherry, India, te komen assisteren bij het opzetten
van een project, dat ik later het "Gestookte Leembouw Project" zou dopen. Het idee sprak mij aan en ik kon er ja op zeggen, omdat
de directeur van het genoemde Bureau Bilaterale Betrekkingen graag bereid was om mijn reis en mijn verblijf in India te financieren.
Onze research in Egypte diende om zo goed mogelijk voorbereid te kunnen beginnen aan de consultants taak, die in de droge seizoenen
1984/85 en 1985/86 speelde.
Op het Bureau Bilaterale Betrekkingen verwelkomde men dit ontwikkelings project om het duidelijk sociale aspect. Men had daar zelf
uitgekeken naar mogelijkheden, om de sterk economisch gerichte benadering van de Ontwikkelings Hulp van het ministerie van Buitenlandse
Zaken wat te kunnen nuanceren.
   
1991 Subsidie monografie

"Prins Bernhard Fonds"
kende een subsidie toe voor de publicatie van de monografie over mijn werk en mijn keramische activiteiten.
   
top
 
Deelname groepstentoonstelingen
     
1962   "Zes Amsterdamse Pottenbakkers", Hans de Jong; Sonja Landweer; Johan van Loon, Johnny Rolf, Jan de Rooden en
Jan van der Vaart. Museum Boijmans van Beuningen
, Rotterdam.
1963   "Nederlandse Pottenbakkers Nu", Gemeentemuseum, den Haag

"1ra Exposición de Cerámica Contemporánea", Mar de Plata, Argentinië
1964   "Contour", Prinsenhof Museum, Delft

"Keramiek in de tuin", Hans de Jong, Helly Oestreicher, Johnny Rolf en Jan de Rooden,"de Heydael", Laren.
1965   "Ceramiek in de Tuin, Kleden aan de Wand", Gemeentemuseum, Arnhem.

"Nieuwe Vormen van Ceramiek", Stedelijk Museum, Amsterdam.

"Exposition Internationale de Céramique Contemporaine", Musée Cantini, Marseille, Frankrijk.
1966   "XXIV Concorso Internazionale della Ceramica d'Arte", Faenza, Italië.
1967   " Neue Formen der Keramik aus den Niederlanden", Hessisches Landesmuseum, Darmstadt /
Handwerksform, Hannover, Duitsland.
1968   "Première Biennale Internationale de la Céramique d'Art", Vallauris, Frankrijk.

"Wandkleden en Ceramiek"
in het Cultureel Centrum "de Wheeme", Meppel.
1969   "Ceramische Hoogtepunten", uit de collectie van Achterbergh, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.
1970   "Nederlandse Ceramiek 1945-1970", Centraal Museum, Utrecht

"6a Biennale d'Arte della Céramica", Gubbio, Italië.

Hollandská Soucasná Keramika Sklo a Tapiserie", Umêlec-koprúmyslové Museum, Praag, Tsjechoslowakije.

"30 Nederlandse Keramisten", Museum de Zonnehof, Amersfoort.
1971   "Twelve Dutch Potters", reizende tentoonstelling georganiseerd door het Octagon Center for the Arts, Ames, Iowa, USA.
1972   "International Ceramics 1972", Victoria & Albert Museum, Londen, Engeland.

"Keramik im Wandel", Museum Bellerive, Zürich, Zwitserland.
1973   "Thinking, Touching, Drinking Cup", Sea of Japan Exhibition, Kanazawa, Tokio en Hakodate, Japan.
Deze tentoonstelling werd georganiseerd door Kimpei Nakamura.
1974   "The 2nd Chunichi International Exhibition of Ceramic Arts", Oriental Nakamura, Nagoya, Japan.
1975   "Kunstambachten in de Benelux", Museum Het Sterckshof, Antwerpen, België.
1976   "Céramique contemporaine", Musée des Arts Décoratifs de la ville de Lausanne, Lausanne, Zwitserland.
1977   Gast exposant "Deutsche Keramik '77", Rastalhaus, Koblenz, Duitland.
1979   "The 7th Chunichi International Exhibition of Ceramic Arts", Oriental Nakamura, Nagoya, Japan.

"Europäische Keramik seit 1950", Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg en

Hetjens Museum
, Düsseldorf, Duitsland.
1981   "Zeitgenossisches deutsches und niederländisches Kunsthandwerk", Museum für Kunsthandwerk, Frankfurt, Duitsland.

"Zeitgenossisches deutsches und niederländisches Kunsthandwerk", in het Gemeentemuseum, Arnhem.
1984   "Het Ding", Studium Generale van de Christelijke Academie voor Beeldend Kunstonderwijs, Kampen.
1985   "Begegnungen - Europäische Keramik", Museum Stadt Bad Hersfeld, Bad Hersfeld, Duitsland.
1986   "1st Authorized Ceramics Design Invitational Exhibition", Tajimi City, Japan.
1987   "Streiflichter des Kunsthandwerks", Handwerkskammer Koblenz, Koblenz, Duitsland.
1991   "Keramik als Leidenschaft", collectie Dr. Cornelius Ouwehand, Museum Bellerive, Zürich, Zwitserland.

"Imitation and Inspiration, Japanese Influence on Dutch Art", Suntory Museum of Art, Tokio, Japan.
1992   "Imitatie en Inspiratie, Japanse Invloed op Nederlandse Kunst", Rijksmuseum, Amsterdam.

"Au-delà de la tradition", Institut Néerlandais, Parijs.
1993   "Facets of the Same Nature", reizende tentoonstelling, Baltimore, USA.

"Bouwen met klei", Yvonne Kleinveld, Leo Scholl en Jan de Rooden, Galerie SiO², Maastricht.
1994
  "Facets of the Same Nature", reizende tentoonstelling, Everson Museum of Art, Syracuse, NY;
Massachusetts College of Arts, Boston, USA.
1995   "Facets of the Same Nature", Canadian Clay & Glass Gallery, Waterloo, Canada;
 Karsh-Masson Gallery, Ottawa, Canada en het American Craft Museum, New York, USA..

"Keramik aus Holland", Noor Camstra, Johnny Rolf und Jan de Rooden, Galerie Charlotte Hennig, Darmstadt, Duitsland.
1996   "Facets of the Same Nature", Gemeentemuseum, Commanderie van Sint Jan, Nijmegen.
1997   "Keramik des 20. Jahrhunderts", Galerie Welle, Paderborn, Duitsland.
1999   "Keramik aus Kösters Kunstkammer ", Städtisches Museum Schloss Rheydt, Mönchengladbach, Duitsland.

"Millennium Tentoonstelling",
Stedelijk Museum, Amsterdam.
2000   "De Zes Amsterdamse Pottenbakkers opnieuw bijeen", Hans de Jong, Sonja Landweer, Johan van Loon, Johnny Rolf ,
Jan de Rooden en Jan van der Vaart, Galerie "Amphora"
, Oosterbeek.
2007   "Die Sammlung Welle", Museum für Angewandte Kunst, "MAK" , Gera, Duitsland.
2013   "Partner in klei", Tiendschuur, Tegelen
2013 /
2014
  Tentoonstelling "Gefäss / Skulptur 2";  Deutsche und internationale Keramik seit 1946; GRASSI Museum, Leipzig, D.;
                  17. november 2013 - 23 mart 2014
     
top
 
Enige tentoonstellingen solo en met Johnny Rolf
   
1959 Allereerste tentoonstelling samen met Johnny Rolf bij Kunsthandel W. J. G. van Meurs in Amsterdam.
Door elk vrij moment aan werken in ons atelier te besteden hadden Johnny en ik na anderhalf jaar zoveel mooie stukken bijeen, dat wij
Amsterdam ingingen om te zien, waar wij onze schatten zouden willen tentoonstellen.
Er was de hartelijke Galerie Magdalena Sothmann, maar die vonden we wat morsig. De zalen van Kunsthandel M. L. de Boer
waren licht en ruim. Daar zagen wij voor het eerst de keramiek van H.H.Kamerlingh Onnes, met wie wij later innig bevriend zouden raken.
Onze gescharkeerde, wat donkere, glanzende glazuren zouden er goed uitkomen. Maar in een vriendelijk briefje antwoorde de heer de Boer,
dat hij keramiek van Kamerlingh Onnes bracht, omdat hij diens schilderijen exposeerde. De aangewezen plek voor een tentoonstelling van
onze keramiek vond hij Kunsthandel W.J. G. van Meurs.
Zodoende gingen wij van start in die kunstkamers voor klassieke Oosterse kunst.

Beneden in de tuinkamer stonden de euwenoude Chinese ossenwagens, waarvoor wij groot ontzag hadden.
In de parterre zalen, waar kort tevoren de potten prijkten van de oude Russische meester Vassily Ivanoff, die zijn werkplaats had in het
Franse dorp La Borne, werden nu onze creaties neergezet.
De heer J.W.N. van Achterbergh was een van de eerste mensen, die werk van ons kocht. De stukken die hij uitkoos behoren tot de
aanzet van een collectie hedendaagse keramiek welke zou uitgroeien tot een van de belangrijke Europese keramiek verzamelingen.
1960 "Keramiek van Johnny Rolf en Jan de Rooden" Kunstzaal Plaats, den Haag.
1961 "Hans de Jong - Blokdrukken; Johnny Rolf en Jan de Rooden - Keramiek", Galerie "Int Constigh Werck", Rotterdam.

"Johnny Rolf en Jan de Rooden Keramiek", Galerie "d'Eendt", Amsterdam.
1966 "Jan de Rooden Keramiek", Galerie Ina Broerse, Amsterdam.
1967 "Holländskt Gästspel", Johnny Rolf en Jan de Rooden, Gustavsberg Gallery, Stockholm, Zweden.

"Jan de Rooden Keramiek", Galerie "Het Kapelhuis", Amersfoort.
1968 "Jan de Rooden Ceramiek", Galerie Ina Broerse, Amsterdam.
1970 "Recente Keramiek Jan de Rooden", Galerie Wijngaard, Groningen
1971 "Hard en Zacht", Jan de Rooden, "Atelier 8" , Stedelijk Museum, Amsterdam.
Onder de noemer "Atelier" bood het Stedelijk Museum aan kunstenaars de gelegenheid om ad hoc installaties te realiseren of om
een specifiek thema aan te snijden. Ik koos een bestaande zwarte donkere ruimte, een soort vervreemdende doos, om daarin mijn
"Zacht en Hard" keramiek te hangen en te plaatsen. De stukken waren ontstaan als een vertaling van de spanning en de druk, die ik
ervoer in de maatschappij om mij heen. Tegelijkertijd konden deze stukken worden ervaren als een weergave van natuurwetten.

Jan de Rooden - "Hard en Zacht", Galerie Judith Weingarten, Amsterdam.
In contrast met de presentatie in het Stedelijk Museum schilderden wij heel de galerie, de vloer incluis, hagel wit.

"Recente Keramiek van Jan de Rooden", Cultureel Centrum "de Vaart", Hilversum.
1972 "Johnny Rolf en Jan de Rooden - Keramiek / Margot Rolf - Wandkleden", Cultureel Centrum Haaksbergen, Haaksbergen.

"Kritiek in Praktijk", Galerie Collection d'Art, Amsterdam.
1973 "Keramik von Johnny Rolf und Jan de Rooden", Kunstkammer Ludger Köster, Mönchengladbach,
1974 "Twee Amsterdamse Pottenbakkers"; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam.
1975 "Keramische Kontraste", Johnny Rolf und Jan de Rooden, Hetjens Museum, Düsseldorf, Duitsland.
1976 Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
1977 Margot Rolf " Geweven wandkleden - uitgaande van vier kleuren" / Johnny Rolf en Jan de rooden "Steengoed uit Amsterdam, Zoutglazuur uit Friesland", Singer Museum, Laren. 
1978 Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Morra, Friesland..
1979 "Werken van Jan Montijn en Jan de Rooden", Galerie Krowinkel, Oldenzaal.

Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
1980 "Keramiek van Jan de Rooden", Galerie Terracotta, Groningen.

"Nieuwe Vormen", Keramiek van Jan de Rooden, Museum Het Princessehof, Leeuwarden.

Margot Rolf " Recente weefsels - Uitgaande van 4 kleuren" / "Nieuwe Vormen", Keramiek van Jan de Rooden,
Gemeentemuseum
, Arnhem.
1982 Jan de Rooden - "Recente Keramiek", Presentatie in het Stedelijk Museum, Amsterdam.

Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
1983 "Jan de Rooden - Recente Keramische Plastieken", Galerie Fenna de Vries, Rotterdam,

"Keramische sculpturen ", Recent werk van Jan de Rooden, Cultureel Centrum "de Vaart", Hilversum,
1984 "Jan de Rooden - Recent werk", Galerie "de Witte Voet", Amsterdam
1985 "Johnny Rolf en Jan de Rooden - Keramiek", Singer Museum, Laren.
1988 Eerste ateliertentoonstelling in het Koetshuis; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
1989 "Johnny Rolf , Gouaches; Jan de Rooden, Recente keramiek", Galerie "Amphora", Oosterbeek.
1990 "Jan de Rooden - Nieuwe keramiek", Galerie "Petit", Amsterdam, .
1991 "Jan de Rooden - Een Keramisch Kunstenaar" / "Johnny Rolf - Gouaches", Singer Museum, Laren
 Overzichtstentoonstelling ter gelegenheid van mijn zestigste verjaardag.  
 Presentatie van de monografie over mijn werk en over mijn keramische activiteiten:

"Jan de Rooden - Een Keramisch Kunstenaar" / "Johnny Rolf - Gouaches", Cultureel Centrum "de Beyerd"
, Breda
1993 Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
1995 "Keramiek van Adriana Baarspul en Jan de Rooden", Galerie "Amphora", Oosterbeek

Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden Amsterdam..
1996 "Jan de Rooden - Zeitgenossiche Keramik", Hetjens Museum, Düsseldorf, Duitsland.
1998 Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
2000 "Johnny Rolf - Keramiek en Gouaches / Jan de Rooden - Keramiek en Krijttekeningen", Singer Museum, Laren.
2001 "Zweiklang in Ton" - Johnny Rolf und Jan de Rooden, Museum Schloss Rheydt, Mönchengladbach, Duitsland.
 Catalogus, tekst en fotografie Dr. Carsten Sternberg.

Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
2002 "Jan de Rooden - Keramiek", Galerie Carla Koch, Amsterdam. Thema "Kosmos".
2003 "Jan de Rooden - Keramiek en Tekeningen", St. Joseph Galerie, Leeuwarden
2004 Ateliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
2006 Laatste Aliertentoonstelling; Johnny Rolf en Jan de Rooden, Amsterdam.
2012 "Johnny Rolf en Jan de Rooden Een keramisch verhaal 1957 - 2006", Gemeentemuseum den Haag, Den Haag.
2015 Tentoonstelling     "Johnny Rolf Een bloemlezing", Keramisch Museum Goedewaagen - Nieuw Buinen
                               Jan de Rooden "Thema's in Keramiek" ,
Keramisch Museum Goedewaagen - Nieuw Buinen
   

top

home